Wetgeving Lerarenregister op komst: E-learning als voordelig alternatief voor scholing leerkrachten

Dit artikel is onlangs gepubliceerd in PO management (blad voor schoolontwikkeling en professionalisering in het basisonderwijs).

Wetgeving Lerarenregister op komst – E-learning als voordelig alternatief voor scholing leerkrachten

Het Lerarenregister slaagt er nog niet in om de afgesproken doelstellingen te halen. Nog geen 10% van de leraren heeft zich vrijwillig laten registeren. De komende maanden wordt gewerkt aan een plan om die doelstellingen wél te halen (registratie door 40% van de leraren in 2015). Staatssecretaris Dekker komt in de zomer van 2015 met wetgeving om het register en de bijscholing van leraren in 2017 te verplichten, gebaseerd op het BIG-model in de zorg. Om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren komt er extra geld voor de professionalisering van leraren. Hoe dan ook: de komende jaren moet u aan de slag met het continu scholen van uw team. Welke mogelijkheden zijn er qua organisatie en budget?

Tekst: Klaas Bellinga

Persoonlijk budget leraren
Eind augustus werd bekend dat de overheid extra investeert in de kwaliteit van het onderwijs. Staatssecretaris Dekker: “Als ik kritisch naar het onderwijs kijk, zie ik twee punten waar nog winst te behalen is: de professionalisering van de leraar en aandacht voor toptalenten en excellentie. Ik ben dan ook heel blij dat we op deze gebieden hele concrete afspraken hebben kunnen maken met de sectoren. Het is nu aan leraren en schoolleiders om te laten zien dat er resultaten worden geboekt.”
Op scholen gebeurt al veel om het onderwijs te verbeteren maar de beweging om over de volle breedte de stap te zetten van goed naar excellent onderwijs komt volgens het ministerie nog niet voldoende op gang. Onderwijs is zo goed als de man of vrouw voor de klas. Investeren in de ontwikkeling van docenten is dus een investering in de toekomst. Het ministerie van OCW wil dat in 2020 30% van de leraren in het po een wo-bachelor of een hbo- of wo-master heeft afgerond. Dat is nu 18,6%.*
In de zogeheten sectorakkoorden en de cao is afgesproken dat er meer tijd, geld en ruimte komt voor leraren om zich te ontwikkelen, naast de schoolverplichting om 83 uur professionaliseringsruimte per FTE aan leraren te bieden. Leraren krijgen ook meer mogelijkheden om te leren van elkaar (peer review) en een persoonlijk budget. Voor leraren in het po is dit € 500 per fte per jaar en twee klokuren per week. Alle beginnende leraren krijgen goede begeleiding door een coach en extra tijd om zich in het vak te bekwamen.
*Bron: www.rijksoverheid.nl

Ontwikkeling vaardigheden cruciaal
Het is een goed streven dat 30% van de leerkrachten universitair geschoold zou moeten zijn. Veel verder zullen we op korte termijn vermoedelijk niet komen, dus 70% van het lerarenkorps haalt dit opleidingsniveau niet. En dat terwijl 60% van de leerkrachten volgens onderzoek van de inspectie een onvoldoende scoort op één of meer basis- of meer complexere vaardigheden.
De staatssecretaris zou er daarom goed aan doen om niet te veel te focussen op formele opleidingen. Het gaat er uiteindelijk om dat de kwaliteit van het onderwijs verbetert en dat de leerkracht daar een cruciale factor in is. Die kwaliteitsverbetering bereik je niet alleen met een wo-bachelor of een hbo- of wo-master. Een leerkracht moet goed les kunnen geven en daarbij minimaal kunnen voldoen aan de gestelde basiscompetenties. Deze competenties moeten verder ontwikkeld worden. En dat kan prima in korte beroeps- en praktijkgerichte cursussen.

Aanbod nascholing
Kijken we naar de verschillende vormen waarin nascholing wordt aangeboden in het primair onderwijs dan zien we dat er een groot aanbod is van korte, beroepsgerichte cursussen. Vaak vakinhoudelijk of bijvoorbeeld gericht op het invoeren van ICT-ondersteuning of passend onderwijs. Voor de ontwikkeling van de vaardigheden van de leraar zelf is minder aanbod. Wat opvalt, is dat de scholing nog bijna altijd in klassikaal of persoonlijk verband wordt gegeven. Het nascholingsaanbod kent dus drie vormen:
Opleiden met afstand leren

E-learning in opkomst
Leren op de werkplek en werkplekondersteunende cursussen in de vorm van e-learning worden in het bedrijfsleven al veelvuldig toegepast. Het blijkt uiterst effectief, efficiënt en kostenbesparend te zijn. En prettig voor de cursist, die tijd- en plaatsonafhankelijk kan leren. Om invulling te geven aan de verplichte nascholing zal om budgettaire redenen steeds vaker uitgeweken worden naar e-learning en zal naar verwachting het ‘virtuele’ nascholingsaanbod de komende jaren sterk toenemen.
Kosten & budget
Een korte praktijkgerichte cursus is natuurlijk niet vergelijkbaar met een wo-bachelor of een hbo- of wo-master. Maar deze formele opleidingen worden ook op een andere wijze gefinancierd (middels de lerarenbeurs). Maar kijken we naar kort beroepsonderwijs, dan is er wel een kostenvergelijking te maken. Afhankelijk van het leerdoel kan een individueel begeleidingstraject, een klassikale bijeenkomst of een e-learningcursus tot vergelijkbare resultaten leiden.
We nemen als uitgangspunt bijvoorbeeld het leerdoel ‘het geven van duidelijke uitleg van de leerstof’, een van de indicatoren van de onderwijsinspectie. Een dergelijke cursus kan zowel individueel, klassikaal als via e-learning worden gegeven.

Rekenvoorbeeld
U wilt bijvoorbeeld vier leerkrachten uit uw team ontwikkelen op dit gebied. We nemen het volgende als uitgangspunt:
• De duur van de cursus is 4 uur.
• De cursisten zijn woonachtig in Zwolle.
• Het gemiddelde uurloon van de deelnemers is € 20,- per uur.
• De kosten van een onderwijsadviseur/docent zijn € 500,- per dagdeel.
• De kosten van e-learning zijn € 60,- per deelnemer.
• De reiskosten van de onderwijsadviseur/docent zijn € 50,-.
• De helft van de deelnemende leerkrachten wordt vervangen.
Het kostenplaatje ziet er dan als volgt uit:

Kostenvergelijking opleiden

Indien het doel van de cursus dus in te vullen is met een e-learningcursus, dan is dit tot een factor 3,5 goedkoper.

Veelzijdigheid e-learning
Vaak wordt gezegd dat e-learning beperkt is tot kennisoverdracht. Maar dat is een sterk achterhaalde gedachte. Om dit te illustreren verwijs ik graag naar het door Gabi Reinmann-Rothmeier ontwikkelde model voor een driedeling in e-learning, waarbij zij onderscheid maakt tussen instructie en constructie. E-learning is niet alleen geschikt voor kennisoverdracht, maar ook voor het leren van feedback en het leren vanuit diverse perspectieven.
Reinmann-Rothmeier gaat ervan uit dat alle leerprocessen (in de toekomst) op de een of andere wijze worden ondersteund door ICT. De technologie hierbij kenmerkt zich door drie principes (zie figuur 1):
• Multimedialiteit: Verschillende media kunnen geïntegreerd worden ingezet.
• Interactiviteit: Nieuwe media maken interactie met de cursist mogelijk (alsook het geven van feedback).
• Netwerkstructuur: Communicatiemogelijkheden zijn steeds uitgebreider, waardoor zowel asynchrone (op verschillende tijdstippen) als synchrone communicatie (op gelijke tijdstippen) plaats kan vinden, die evenwel niet plaatsgebonden is.

Op basis van deze drie kenmerken onderscheidt Reinmann-Rothmeier drie soorten e-learning (Bron: Basisboek E-learning maken, K. Bellinga, 2014, Uitgeverij Leuker.nu):
1. E-learning by distributing: Leerinhouden zijn gedigitaliseerd en worden verspreid met behulp van de nieuwe media. De cursist verwerkt de beschikbare informatie zelfstandig, waarbij de hulp of steun van anderen in principe niet nodig is. Dit wordt ‘learning from information’ genoemd.
2. E-learning by interacting: Alle leerinhouden zijn specifiek zo ontwikkeld en didactisch uitgewerkt dat de cursist in interactie kan gaan met de leerstof. Dat kan een zelfgestuurd leerproces zijn, maar het is ook mogelijk dat hierbij steun en hulp wordt geboden door een begeleider. Dit wordt ‘learning from feedback’ genoemd.
3. E-learning by collaborating: Door samenwerkend leren wordt kennis geconstrueerd op basis van uitwisseling en discussie. Dit soort leerprocessen moet altijd begeleid worden. Dit wordt ‘learning from different perspectives’ genoemd.

E-learning

Zeker op het niveau van ‘e-learning by interacting’ zijn al diverse zelfstudie-e-learningcursussen beschikbaar voor leerkrachten in Nederland, zoals bij de Heutink Academie en de E-learning Wizard (Cadenza Highschool). Daarnaast wordt ‘e-learning by collaborating’ al veelvuldig toegepast bij bijvoorbeeld de Open Universiteit.

Wanneer is e-learning geschikt?
E-learning wordt ingezet naast persoonlijke training, training in groepsverband en blended learning. Om te bepalen of e-learning geschikt is kijken we naar het leerdoel. Ik illustreer dit aan de hand van figuur 2 (Bron: Basisboek E-learning maken, K. Bellinga, 2014, Uitgeverij Leuker.nu).

E-learning

Om professionalisering effectief, efficiënt en op maat aan te bieden, is een activerende aanpak nodig. Dit is de grondslag van het zogenoemde constructivisme (Bruner en Piaget); de cursist bouwt eigen kennis op. Dit impliceert een veranderende rol van de docent. Namelijk, het aantal uren in face-to-facetraining en lesgeven zal gereduceerd worden en de docent kan meer tijd besteden aan andere activiteiten zoals coaching en begeleiding.

Naarmate de behoefte en het doel van het leerproces meer verschuift van kennis en kunde naar vaardigheden en attitude, zal blended learning en personal (groeps)training een grotere rol spelen, vanwege het persoonlijk contact. Voor attitudeveranderingen blijft persoonlijke begeleiding noodzakelijk.

MAAR: Dit betekent dus niet dat e-learning geen rol kan spelen bij het ontwikkelen van vaardigheden of attitude. Denk aan casuïstiek, samenwerkend leren binnen cursussen, het delen van informatie met collega’s, het zelf maken van e-learningcursussen voor collega’s, scenariobased e-learning of best-practice video’s!

E-learning als alternatief
In dit artikel pleit ik voor het inzetten van een alternatieve opleidingsvorm naast de bestaande: e-learning. Dat wil uiteraard niet zeggen dat e-learning alles kan vervangen, integendeel. Maar waar ik wel voor pleit, is het openstaan voor deze vorm van professionalisering. Zeker door het te combineren met andere opleidingsvormen, waarin verdieping of algemene ontwikkeling van de leerkracht centraal kan staan. Met een beperkt budget valt dan veel professionaliseringswinst te behalen.

Door slim gebruik te maken van e-learning, kan er ook een interne leercultuur ontstaan. Zo ontving ik laatst een bericht van een groep leerkrachten in Lelystad die de gebruikte feedbackvideo’s van een onderwijsadviseur van een klassikale visitatie bijzonder konden waarderen. Het had het collegiaal overleg op gang gebracht!

Klaas Bellinga
Klaas Bellinga is auteur van het recent verschenen Basisboek E-learning maken (2014, uitgeverij Leuker.nu). Hij werkt als zelfstandig adviseur voor diverse e-learningplatforms, mkb-ondernemingen en onderwijsinstellingen. Voor meer informatie, kijk op www.e-learningmaken.nl.
Opmaak 1

Uitgever: Leuker.nu
Omvang: 198 pagina’s
ISBN: 978-94-6254-459-8
Prijs: € 39,95
Verkrijgbaar via www.leuker.nu.

Rekenvoorbeeld Cadenza Highschool
Het rekenvoorbeeld is gebaseerd op de cursus ‘De leerkracht geeft duidelijke uitleg’ van de Cadenza Highschool. Naast de mogelijkheid om losse cursussen te kopen, bieden zij ook de mogelijkheid om een eigen schoolacademie in te richten, wat tot een nog grotere kostenbesparing leidt. Kijk voor meer informatie op www.cadenza-hs.nl.

Klaas Bellinga